De geschiedenis

De burgemeestersvrouw, mw. Eggink en enkele boerinnen kwamen in maart 1933 bij elkaar om een boerinnenbond op te richten. Op 23 maart was de oprichting een feit. 18 dames gaven zich op. De contributie was f 1,00, hiervan was f 0,50 voor de bond. De bijeenkomsten werden ombeurten bij alle café's gehouden. Het bestuur stelde voor om meisjes vanaf 23 jaar toe te laten. De leden waren bang dat er teveel meisjes kwamen.

 

Het was een vereniging voor ouderen. Besloten werd dat een lid 25 jaar en getrouwd moest zijn. Op de avond zelf werd besloten wat er de volgende keer aan de orde zou komen. Wachtlijsten voor sprekers bestonden nog niet. Het bestuur is van plan te gaan breien voor mensen die dit nodig hebben. Voor garen wordt gezorgd, pennen moet men zelf meenemen. Na ee jaar is het ledenaantal gegroeid van 18 naar 34. In 1939 wordt besloten samen te gaan met de Bond van Oud-leerlingen. De nieuwe naam wordt Bond van Boerinnen en andere plattelandsvrouwen, later wordt dit de Bond van Plattelandsvrouwen. In de oorlog komt er bericht van het hoofdbestuur dat er iemand van de bezetting aan het bestuur moet worden toegevoegd. Dit liet men niet gebeuren en stopte de bijeenkomsten. In 1945, als Nederland is bevrijd, komt men weer bij elkaar en op 1 juni wordt er met 29 leden weer begonnen. In 1946 waren er 114 leden. De vereniging heeft inmiddels  een handwerkgroep, een literatuurgroep en een reiscommissie. We hebben op het moment 42 leden en komen bij elkaar in "De Wiekslag".