Lezing door Bas Zevenbergen over het Rijksmuseum
Bij de lezing op 22 januari door Bas Zevenbergen over het Rijksmuseum waren 56 personen aanwezig. Heel blij met deze grote opkomst! De vader van Bas was marineman en ging op zijn vijftigste met pensioen. Vervolgens werd hij hoofd bewaking van het Rijksmuseum. Het gezin woonde in het souterrain van het museum dat bestond uit 14 kamers van 6x6 meter. Zijn 19e verjaardag vierde Bas met een polonaise onder de Nachtwacht, onder leiding van zijn vader. Hij kreeg een baantje in de museumwinkel en zo werd zijn belangstelling voor de schilderijen gewekt. Bas was leraar geschiedenis/maatschappijleer en journalist In de 17e eeuw waren schilders ambachtslieden, geen kunstenaars. Er werden 1,2 à 1,4 miljoen schilderijen verkocht als amusement in huis. In 1672, bekend als het rampjaar, wilden de mensen vertier. Rembrandt heeft 83 zelfportretten gemaakt, het grove werk zoals mantels werd door leerlingen geschilderd. Rembrandt kreeg voor de Nachtwacht fl.1.200 à fl.1.600. Gerard Dou kreeg voor schilderijtjes van 30 x 40 fl.2.000 à fl. 6.000, die was schatrijk. Een jaarloon was toen fl.1.350. Vermeer had schuld bij de bakker, hij was toen niet bekend. Zijn dochter Maria heeft zeven van 'zijn' schilderijen geschilderd, zo blijkt uit een artikel van Lawrence Welscher. Frans Hals schilderde ongebruikelijk, niet statig en gaf Judith Leyster een kans. Jan Steen gebruikte veel symbolen. Enkele symbolen in de schilderkunst uit die tijd: Open vogelkooi: geen maagd, van lichte zeden. Een schoentje: vrouwelijk geslachtsdeel. Een pijpje kloppen: naar het bordeel gaan. Dit soort taferelen werd in de 19e eeuw overgeschilderd. Volgende keer als we naar een museum gaan, kijken we met andere ogen naar deze schilderijen dankzij deze interessante lezing van Bas Zevenbergen.