terugblik op West-Friesland

Op 18 november sprak Henk Kauw bij ons over sporen uit het verleden, ook over alles binnen de West-Friese Omringdijk. Voorzitter begint als inleiding met een gedicht van Siem de Haan, getiteld: Geestmerambacht wat als volgt begint:

Ik denk wel d’rs terug an de toid dat me vader

Een bouwertje was met ze land óm de West’

Weerop ie uie en eerap’le bouwde

En biete en koôl, oh ik weet ’t nag best.

Er volgen nog negen coupletten in ’t West-Fries waar ook de heer Kauw bijzonder van geniet. Daarna laat hij een film van 12 minuten zien over de West-Friese Omringdijk, over dijkdoorbraken en daarna vijfmaal versterkingen door de eeuwen heen, ter bescherming van het NH-landschap. Molens vervullen een belangrijke functie met het wegwerken van het water, want water en dijk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er zijn vijf waterschappen binnen ons gebied, het Geestmerambacht, Niedorper Kogge, Drechterland, Schager- en Niedorper Kogge.

Dan klinkt er muziek, het West-Fries volkslied gezongen door het Volksorkest. Regelmatig horen en zien we op het witte scherm muzikale bijdragen van Siem de Haan en Ina Broekhuizen-Slot en ook de prachtige natuur waar ons West-Friesland zo rijk mee is, de polders, de boerderijen, het dagelijks leven.

Hij vertelt ook iets over de waarschap, dat is een toezichthouder voor het onderhoud van de dijk. Dan was zo’n man enkele dagen van huis, vandaar de uitdrukking in het West-Fries: te warskip gaan.

Plaatsnamen die eindigen met –karspel zijn parochies, zo zijn meer plaatsnamen te herleiden, die eindigen met –meer zoals Middenmeer, Wogmeer en –broek als Lutjebroek, wat betekent, moerassig land.

Na de pauze laat hij op het witte doek de Dionysiuskerk zien met het verhaal dat in het jaar 1869 een prachtige klok vervaardigd werd, die later door de Duitse bezetter ingenomen werd. De bezetter heeft op heel veel kerkklokken beslag gelegd om hun oorlogsindustrie te versterken.  Van de 6700 klokken zijn er 200 gespaard gebleven, die per boot richting Urk gingen. Voor de kust is het schip gezonken door enorme keien die daar onder water lagen.

 

En dan worden we weer muzikaal onthaald door Boudewijn de Groot met het lied het luiden van de klok, twee jongens in een boot. Heel toepasselijk.

Meneer Kauw weet nog veel meer te vertellen maar door tijdgebrek lukt dat niet en in ons West-Fries kan ik hem bedanken: We weune in de Berkmeer, de Waard, Hensbroek, Langedoik en da’s allegaar binne de West-Friese Omringdoik. Met mekaar ginge we t’rug in de toid en met u as spreker ware we barre bloid. Wai hewwe nag ’n kloinighoidje want we hadde met mekaar ’n heêl mooi toidje.

Marry