"Ik ben van Rottum" - Herinneringen aan het voogdgezin en het eiland Rottum

Vrouwen van Nu Odoornerveen
Lezing Wiepke Toxopeus 12 maart 2019, georganiseerd door het ééndagsbestuur.
“Ik ben van Rottum en Rottum is van mij”, zo voelt Wiepke dat.  Ze is er niet geboren, maar in Delfzijl in 1950. Bevallen op het eiland was te riskant. Het grootste deel van haar jeugd heeft Wiepke doorgebracht op Rottum.
Rottumeroog is  een Waddeneiland tussen het eiland Rottumerplaat en het Duitse Waddeneiland Borkum. De naam Rottumeroog betekent: “eiland (oog) van Rottum”. Het Klooster Juliana, gevestigd in het Groningse dorpje Rottum, was namelijk ooit voor zestig procent eigenaar van het eiland. Rottumeroog bestaat  al heel lang en is een bewoond eiland geweest. In de 12e eeuw stond er een dorp en in de middeleeuwen hadden Groningse kooplieden pakhuizen op het eiland. Rottumeroog werd in 1706 verkocht aan de verbannen Ierse graaf Donough MacCarthy.  Zijn  manier van leven op het eiland leverde hem de bijnaam  “Malle Graaf” op. In 1738 kwam het eiland weer in handen van de provincie Groningen en  vanaf die tijd is het eiland bewoond geweest door voogden, waarvan twee generaties Toxopeus. Zij  beschermden het eiland tegen de zee. Ze plaatsten schermen en plantten helmgras  om nieuwe duinen te vormen. De voogden leefden met hun familie op het eiland. De eerste woningen waren boerderijen en  hadden een uitkijktorentje op het dak. Het huis van de voogd moest zo nu en dan een eind verderop worden gezet. De westzijde van het eiland kalft namelijk langzaam af en de oostzijde slibt aan. Het gevolg hiervan is dat het eiland naar het oosten “wandelt”. Ook de grote gietijzeren kaap werd dan verplaatst. Een kaap is een baken voor de scheepvaart. Tientallen jaren  heeft  er een lichthuis bovenop gezeten. Sinds 1986 is de kaap een monument.

Bij de opa van Wiepke is het voor de familie Toxopeus begonnen.  In 1908 werd Hendrik Toxopeus als voogd aangesteld op Rottumeroog. In 1936 volgde Wiepkes vader Jan Toxopeus zijn vader op als voogd en nam diens taken over. Zijn functie was ambtenaar van Rijkswaterstaat, strandvonder, onbezoldigd rijksveldwachter, vuurtorenwachter, kustwachter, vogelteller, deed rondleidingen door de sternkolonie, was Lloyds verzekeringsagent, de enige boer op het eiland, schipper van de boten, deed metingen voor de meteorologische dienst , etc.etc. Toen Wiepke in 1950 als nakomertje werd geboren, waren haar zussen 14 en 11 jaar en haar broertje was 5. De zussen gingen aan de vaste wal op school en waren  in de kost bij opa en oma Toxopeus in Delfzijl en bij de andere opa en oma, de ouders van Wiepkes moeder. Wiepke heeft  een heerlijke jeugd gehad op Rottumeroog.  ’s-Winters werd er geschaatst op het ijs in de grote tuin. Feestdagen werden altijd gevierd. Met Kerst was er een echte boom met kaarsjes, met Pasen werden eieren geverfd, op Bevrijdingsdag hielden ze een optocht met pannendeksels en scheepstoeters. Op 11 november liep Wiepke met haar lampion drie rondjes om het huis en  moest ze steeds een ander liedje zingen. Met Sinterklaas waren er cadeautjes. De volgende dag heeft Wiepke vaak gezocht naar de afdrukken van paardenhoeven, want er moest toch iets te vinden zijn!
Op Rottumeroog spoelde veel hout aan. Bruikbaar hout werd aan de wal verkocht. Met de eigen boot  “Theda” met een praam op sleep werd het hout naar Noordpolderzijl gebracht. Sloophout werd  na goed drogen als brandhout gebruikt.  Toch bleef er zout in het gedroogde hout achter. Het zout deed de kachels roesten en er werden heel wat kachels versleten. Na een storm spoelde er ook barnsteen (versteende hars) aan. Moeder Toxopeus maakte er mooie halskettingen van. Groenten en aardappelen kwamen uit eigen tuin, vlees van eigen varkens. Opa Toxopeus had in zijn tijd als voogd konijnen uitgezet om altijd vlees voorradig te hebben.  Wanneer tijdens het bot vissen veel was gevangen, aten ze dagenlang gebakken vis. De kleine visjes werden gedroogd in de wind.  Op het eiland waren behalve paarden ook  honden de trouwe vrienden van de eilandbewoners.  Wiepke had haar eigen hondje Topsy.  Toen haar grote zussen waren getrouwd en haar broer in de kost was om naar school te gaan, bleef Wiepke als jongste alleen thuis.  Ze kreeg les van haar moeder met boekjes van de school in Delfzijl. Tot in de vijfde klas bleef ze op Rottum. Omdat haar moeder overgevoelig bleek voor de vlasvezelplaten in het nieuwe huis en last had van astmatische aanvallen,  kwam het lesgeven in het gedrang en ging Wiepke naar school in Delfzijl. Dat nieuwe huis was in 1957 gebouwd, een  vierkant bouwsel waarvan meteen het dak al lekte. Moeder Toxopeus zette in de ontvangkamer  bakjes en emmers neer om het lekwater op te vangen, maar toch was de vloerbedekking grondig verpest en hadden de meubels bruine vlekken.  
In de jaren ’60 kwam het wadlopen opzetten. Soms kwamen er wel 120  wadlopers naar Rottumeroog, naar de boerderij van de voogd. Wiepkes moeder had het er gigantisch druk mee om iedereen van eten en drinken te voorzien. Tegenwoordig kom je niet meer op het eiland. Jan Toxopeus was de laatste voogd van Rottumeroog. In 1965 ging hij met pensioen en hij en zijn vrouw verlieten het eiland om in Delfzijl te gaan wonen.  Sinds die tijd wordt Rottumeroog beheerd door Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de gemeente Warffum  (later Eemsmond). Wiepke had allerlei strandvondsten en een opgezet zeehondje meegenomen waar zij ook het nodige van wist te vertellen. Het was een leuke avond met een mooi verhaal en veel foto’s uit die tijd.
Onze volgende avond is dinsdag 16 april 2019 met notaris Veldkamp.
Mede namens Hetty en Hinnie,                                                                                 

Alie Dijkstra