Sterke verhalen van Sterke vrouwen wereldwijd: interview Nongisha en Ank

De Verenigde Naties richten zich met de Sustainable Development Goals op een einde aan armoede in de wereld in 2030. Deze serie zet daarop in met een focus op duurzaam ontwikkelingsdoel 5: gendergelijkheid en empowerment van meisjes en vrouwen wereldwijd.

Koninginnen van het zoete goud in Kenia en Nederland

Honing kleeft aan het leven van Nongisha (52). Gewikkeld in doeken en behangen met kleurige kralen vertelt ze hoe ze als klein Masai meisje zag hoe het honingbier rondging, terwijl zij besneden werd. Nu, zittend onder de majesteitelijke kroonluifel van een sierlijke acacia, tuurt Nongisha hoopvol naar de tien bijenkorven op de savanne. Kan de handel in honing haar leven (wat) zoeter maken?

Nongisha woont in een aardekleurig dorp van een tiental erven, middenin de uitgestrekte Loita Vallei in Kenia, een eindeloze savanne die zo ver reikt als het oog kijken kan. In de verte een groen oerbos (het laatste van Kenia) en omliggende plateaus en bergen, met een foefje sneeuw. Hier leven de Masai letterlijk tussen de wilde dieren. De lemen huizen zijn gebarricadeerd met in elkaar gevlochten takken die moeten beschermen tegen de olifant, leeuw, hyena.

Het leven is hier heel elementair vervlochten met de natuurlijk elementen. De Masai zijn een van de laatste volken op aarde die nog in een bepaalde harmonie leven met de natuur en onderdeel zijn van een groter ecosysteem. Maar analfabetisme, hoge kindersterfte en gendergerelateerd geweld zorgen dat vooral meisjes geboren worden in een cyclus van armoede waaraan moeilijk te ontsnappen valt. Nongisha ging niet naar school. Toen ze borsten kreeg, werd ze weggegeven aan een man. “Die dingen veranderen nu, mijn dochter gaat wel naar school en wordt niet uitgehuwelijkt”.

Plan honing

Plan honing zag het licht tijdens de tweemaandelijkse vergadering met veertien andere oma’s uit Nongisha’s dorp. Dan wisselen ze nieuwtjes uit, helpen elkaar met klusjes zoals brandhout sprokkelen (alleen dode bomen, levende bomen dood je niet), water halen en geiten melken. En sinds kort praten ze ook over keiharde knaken.

Dat is revolutionair, want in de Masai cultuur heeft de man – in dit geval alleen figuurlijk - de broek aan. Geld en eigendom (vooral land en koeien) zijn exclusieve mannenaangelegenheden. Maar sinds een paar jaar mogen vrouwen wél de eieren van de kippen en de melk van de koe verkopen, zonder al te veel bemoeienis. “Voor ons is dat enorme winst”, lacht Nongisha. “Voor het eerst hebben we de vrijheid ons geld te investeren in zaken die wij belangrijk vinden.”

Wat vinden zij dan belangrijk? De oma’s kwamen tot drie speerpunten: meer meisjes naar school, minder ver moeten lopen voor schoon drinkwater door te investeren in regentonnen en betere ventilatie in de huizen, zodat de kinderen geen bronchitis en longproblemen krijgen van het koken op vuur in een dichte ruimte. Ze richten nu hun hoop op de handel in honing om die problemen aan te pakken.

Ga vooruit, je kunt niet omkeren

Samen met veertien andere Masai vrouwen richtte Nongisha in 2014 een vrouwengroep op, die zij Ilmeshuki doopten. Dat betekent zoiets als ‘ga vooruit, je kunt niet omkeren’. De vrouwen kozen Nongisha als leider van de groep. “Ik heb dan misschien geen scholing genoten, ik heb wel leiderskwaliteiten. Ik zoek altijd naar vrede en eenheid binnen de groep, de anderen accepteren mijn kennis en visie”. Na een informatiemiddag over bijen houden, was de vrouwengroep enthousiast. “Er is veel vraag naar honing, bijen houden is relatief goedkoop en het is goed voor ons landschap.” Via een donatie van de Nederlandse stichting Melania konden Nongisha en haar vriendinnen tien bijenkorven aanschaffen.

Zitten op de savanne, met de andere vrouwen turend naar de korven, vertelt Nongisha dat ze verwachten over twee maanden voor de eerste keer honing te oogsten. “Per korf oogsten we ongeveer 45 kg honing per jaar. Voor tien korven is dat 450 kg. Dat gaan we dan bottelen en op de markt verkopen. De prijs per kilo is nu ongeveer 400 Keniaanse Shilling, dus verdienen we per jaar ongeveer 180.000 Keniaanse Shilling (omgerekend zo’n 1530 euro, red.)

Van dat geld willen de vrouwen zeker dertig meisjes naar school sturen en het waterprobleem en de ventilatie in het dorp aanpakken. “En een deel van het geld gaan we investeren in stieren. Als we die dan na een jaar doorverkopen, kunnen we daar nog meer bijenkorven van aanschaffen!” zegt Nongisha trots. De hele gemeenschap wacht gespannen af of het gele goud haar belofte gaat inlossen.

Hoop en spanning zoemen door de lucht

Ook de mannen in Nongisha’s dorp kijken nauwlettend toe. Bijen houden was altijd een mannenaangelegenheid, en gebeurde altijd op de traditionele manier; met vuur werden bijennesten in de bomen uitgerookt. Naast onzuivere honing is deze manier niet natuurvriendelijk en sterven veel bijen in het proces.

Het nieuws dat uitgerekend vrouwen nu moderne korven gaan bemannen, zoemt door het dorp, en zorgt voor hier en daar een jaloerse blik. “Maar toen ik vanochtend de koeien aan het melken was, zei mijn man dat ik maar beter bij de bijenkorven kon gaan kijken. Hij moedigt mij aan, voor hem is het ook winst als onze honinghandel goed loopt. De mannen zien nu dat wij als vrouwen slimme, lange termijn investeringen maken die het hele dorp ten goede komen. En dat is winst voor iedereen!”  

Er is nog wel één probleempje; de vrouwen zijn doodsbang voor bijen. De enige keer dat een dappere dame het waagde bij de korven te komen, werd ze aangevallen. “We moeten nu geld bij elkaar zien te krijgen om te zorgen dat we een uitgebreide training krijgen, en de juiste materialen en bijenpakken. We hopen dat iemand ons daarmee kan helpen!” zegt Nongisha met een urgente blik in haar ogen.

Toen Ank Diemers-Schoot Uiterkamp (74) klein was, mocht ze thuis altijd proeven van de honing die haar vader en moeder van hun bijen verkregen. “Mijn vader liep dan door het huis met zo’n kap op zijn hoofd. Niet storen, zei moeder dan, want hij is weer met de bijen aan de gang!” Toen haar vader slechtziend werd, moest hij stoppen met imkeren. Na haar pensioen zette Ank ook zo’n kap op haar hoofd, en trad alsnog in de voetsporen van haar vader. Haar missie? Het imkeren uit de mannenwereld halen.

Na een leven lang gewerkt te hebben als directeur van een zorggroep, mocht Ank tien jaar geleden met pensioen. Opeens had ze tijd. Zittend aan een gezellige eettafel in haar ruime huis in Zuidlaren vertelt Ank hoe ze alsnog bij de bijen terecht kwam. “Ik zat wat te lezen in het plaatselijke krantje en mijn oog viel op een advertentie van een imkervereniging. Uit nieuwsgierigheid besloot ik polshoogte te nemen.” Ze kwam terecht in een oud clubhuis, met veel koffie en veel mannen die haar aan haar vader deden denken. Ze was de enige vrouw aan tafel en werd hartelijk welkom geheten. Stiekem vond ze het wat geitenwollensokkerig.

Ank mag dan 74 zijn, ze staat sterk op haar benen en kijkt vanachter haar bril nieuwsgierig de wereld in. Zij wilde zich graag verdiepen in bijen, vanuit haar passie voor die dieren en hun belangrijke rol in de natuur. Daarnaast vroeg ze zich af waarom er zo weinig vrouwelijke imkers waren.  “De vrouwen van de imkers, dat zijn meestal degenen die thuis helpen de honing verwerken. Ik stelde in de imkervereniging voor om die vrouwen ook uit te nodigen op de soos, zodat ze niet alleen achter de schermen blijven maar meer op de voorgrond treden.” En zo geschiedde.

Hoe rustiger ik ben, hoe rustiger mijn bijen

De wereld van de bijen is fascinerend, vindt Ank. “Je moet respect opbrengen voor hun levensstijl, het werken met de bijen is echt een ambacht. Hoe rustiger ik ben, hoe rustiger mijn bijen.” Gekleed als eerste mens op de maan reist Ank zo’n twee keer per week af naar haar bijenuniversum, in de tuin. Daar staan, op de oostkant, drie kasten, met elk zo’n veertigduizend bijen. Als ze zo’n kast opent, gebruikt ze wat rook, dat maakt de bijen rustig. “Ik kan aan de raampjes in de kast en de vliegplank zien of het goed gaat met de koningin en haar bijen. Wist je dat zij 1000 eitjes per dag legt? Ze wordt de hele dag verwend met lekker dingetjes, zoals gelei, door haar hofhouding. Wat een leven!”

Het houden van bijen levert haar geen cent op, en dat hoeft ook niet. Het is een luxe dat ze zich bezig kan houden met een hobby die haar plezier geeft. “Mijn bijen houden zich niet aan mijn tuin, ze vliegen de hele buurt door. Ze bevruchten de hele omgeving, dat zorgt voor een goede oogst. Hier verderop staat een prachtige lindeboom, die geeft rond juni veel lindehoning. In het voorjaar heb ik bloemenhoning, van de fruitbomen in mijn straatje. De honing eet ik zelf op, en veel geef ik weg.” 

Ank heeft van de imkers van de imkervereniging geleerd hoe ze bijen kan houden. Daarnaast wil ze ook haar aandeel leveren aan de vereniging. Ank zette haar bestuurservaring in en is nu al jaren voorzitter van de imkervereniging Zuidlaren. Deze heeft ondertussen een opleidingsbedrijf voor nieuwe imkers. Er komen gelukkig steeds meer imkers waarvan er meer vrouwen zijn dan voorheen. In de praktijkruimte staan tien kasten met bijen waarmee lessen worden gegeven. “We zien dat de interesse voor bijen groeit, ook onder de jongere generatie. Ik ben blij te zien dat er nu meer aan de natuur wordt gedacht en aan hoe belangrijk de bijen zijn voor onze voedselvoorziening.”

Heerlijke, gezonde, eigen honing
Of het nou in Nederland of Kenia is, het is belangrijk dat vrouwen elkaar helpen, vindt Ank. “Hier krijg je een mentor, en dan, na een jaar lessen, krijg je een eigen volkje en mag je een kast overnemen. Het is natuurlijk best makkelijk, bijen houden in Nederland. Hier hebben we alle middelen en materialen voorhanden en kun je volop les krijgen. Het is mijn wens dat meer vrouwen de kennis en materialen krijgen om in de fascinerende wereld van de bijen te stappen, om zo een bijdrage te leveren aan het behoud van een goede voedselketen. En natuurlijk da meer vrouwen genieten van heerlijke, gezonde, eigen honing.”


Dit interview hoort bij het project Sterke Verhalen van Sterke Vrouwen, en is een resultaat van een samenwerking tussen Stichting Melania en Vrouwen van Nu. Het project brengt de positie van vrouwen van 50+ in Nederland en Kenia in beeld aan de hand van verhalen van sterke vrouwen. Dit project is gefinancierd met een bijdrage vanuit Frame Voice Report!, een Europees subsidieprogramma met als doel om de kennis van en de betrokkenheid bij de duurzame ontwikkelingsdoelen onder EU- burgers te vergroten.

Lees hier het volledige interview Bernadette en Marjon.

Lees hier het volledige interview van Esther en Diana.

Lees hier het volledige interview van Crescentia en Mientje.

Lees hier ook het interview van Jane en Nelleke.

Meer informatie over het project Sterke verhalen van Sterke vrouwen lees je hier.

De foto's van de verschillende vrouwen uit de documentaire vindt u hier.

Foto's: monavandenberg photography