Lisa (41): ''Twee dagen op de kinderopvang bleken al lang.''

Onze digitale gedeelde agenda hangt van kleurtjes aan elkaar. Beiden werken we onregelmatig, met die verstande dat we ook soms in het weekeinde, ‘s avonds en ‘s ochtends vanaf zes uur werken. We hebben pieperdienst en oproepdienst en twee kinderen van 9 en 6. Zij zijn het uitgangspunt in onze agendavoering: die wordt opgebouwd om hen heen. Want als wij niet weten dat het hen goed gaat, kunnen wij ons werk niet doen.

We doen niet aan oppasmeisjes of regelmatige avondjes uit. De tijd die wij gezamenlijk als gezin hebben, spenderen we met elkaar. Sterker nog: wij ouders moeten eraan wennen dat zij nu hun eigen leven krijgen. Dat we op de zondagmiddag ineens met z’n tweetjes en een bakje chips op de bank zitten. Dat onze kinderen de buurkinderen verkiezen boven ons.

We regelen veel samen. Ik thuis, of papa thuis. Zonder ouders, schoonouders en oudtante zouden we het echter niet redden. Niet dat we dat bedacht hadden, toen onze dochter zich aandiende. Drie dagen kinderopvang, en minder werken. Dat was onze planning.

Mijn schoonouders boden vanaf het begin aan een dag in de veertien dagen te willen oppassen. Mijn ouders wilden de vrijheid behouden. Ieder z’n goed recht. Onze kinderen zijn onze verantwoordelijkheid.

Na de geboorte was het mijn vader die belde, terwijl ik niet wist dat hij van een telefoon gebruik kon maken. Ze hadden nog eens nagedacht. Onze dochter had ze betoverd, en ze zouden haar te weinig zien, vreesden ze. Mijn ouders wonen in een andere plaats. Tot ze vier was ging dochter elke week een dag naar opa en oma, evenals later haar drie jaar jongere broer. De oppasdagen brachten rust in ons huishouden. Rust dat we niet per se voor 18 uur hoefden op te halen, maar vooral rust voor ons meisje die werkelijk waar alles in haar opneemt. Twee dagen op de kinderopvang bleken al lang.

Ze kon niet meer naar opa en oma toen ze naar de kleuterschool ging. Ons kleutertje redde het echter niet: drie dagen buitenschoolse opvang en alle nieuwe indrukken van school. Oudtante diende zich ongevraagd aan: ze wilde met alle liefde dochter, en inmiddels nu ook zoon, een middag in de week van school halen. Dat doet ze nu al vijf jaar, inmiddels 80 jaar oud. Ze is ook onze steun en toeverlaat voor die paar keren in het jaar dat we onze planning niet rond krijgen. Als ik een lange cursusdag heb en papa een avonddienst heeft op dezelfde dag bijvoorbeeld. Schoonmama past nog steeds een middag in de veertien dagen op. Mijn ouders springen bij in de vakantie voor een logeerpartijtje. Onze kinderen houden hen jong. En ze zijn dol op elkaar. Ze hebben een band waar wij niet bij aan te pas komen, juist omdat ze zich bij elkaar niet op visite, maar thuis voelen.

Zou ik inderdaad kunnen drammen over soms een ijsje teveel. Maar dat is ons probleem: dan zouden we ander werk moeten zoeken. Zouden we iedereen te kort mee doen. De kinderen, mijn ouders, schoonmoeder en oudtante. Maar ook onszelf. Want door hulp van onze familie kunnen we ons gezin in stand houden en onszelf ontwikkelen. Dan geven we  zelf wel een ijsje minder.

Lisa

( de naam van de blogger is vanwege privacy redenen gefingeerd)

Doe ook mee aan de poll over oppasoma's