Ik heb getwijfeld, voor de kinderen

Eén van de favoriete verhalen van de internationale schrijfcampagne #supervrouwen.

Ik heb getwijfeld, voor de kinderen
Arttasio
 

Zes boterhammen liggen ongesmeerd op het aanrecht.

De drie borden die op de tafel staan zijn leeg.

“Jongens, ontbijten!”

Een hard zoemend geluid haalt Vera uit haar ochtendroutine. De kipfilet die ze beet heeft valt op de grond en voordat ze het kan oppakken heeft haar harige stofzuiger het plakje vlees al verorberd. Ze wil boos worden maar de onschuld in zijn waterige ogen maakt haar week. Vera geeft een kus op zijn voorhoofd.

“Ik ga je missen Boris.”

Boris draait zijn hoofd en piept wat.

“Oké, oké, je krijgt er nog wel een. Wie weet hoe vaak per dag die klootzak je te eten geeft.”

Het gezoem is gestopt en vanaf boven klinkt nu eindelijk gestommel. Vera loopt naar het koffiezetapparaat en neemt een grote slok. De smaak van het warme caffeïne water doet haar wenkbrauwen fronzen.

“Mam, waarom staat je gezicht op onweer?”

Vera lacht. “Dat komt doordat jullie zulke donderstenen zijn!”

De jongens beginnen te giechelen en vliegen als een stel dronken vliegen door de keuken. Op elk bord worden twee boterhammen gelegd.

“Denk eraan, een met hartig- en een met zoet beleg. Ik ben even naar boven.”

Eenmaal boven haast Vera zich naar haar inloopkast. Van achter het rek met winterjassen pakt ze vier koffers. Ze staan op volgorde van klein naar groot en van argeloos naar argwanend. Op de koffer van haar jongste zoon staat een prins op het witte paard. In haar roze koffer zitten deuken.

Een paar voetjes komen de trap op. Vera staat snel op en steekt haar hoofd door de deuropening.

“Hey Bram, wat doe je hier? Ga eens lekker eten.”

“Nou, dat ben ik ook aan het doen maar ik wilde even zeggen dat Bas en Bink met de hagelslag aan het spelen zijn. Ze doen alsof het mieren zijn en ze pletten ze op tafel.”

“Oh oh.”

Vera zakt door haar knieën en strijkt met haar hand door zijn blonde lokken. De golven in zijn haar doen haar denken aan de vakantie waarop alles veranderde. Tijdens een romantisch diner aan zee vertelde hij dat hij klaar was voor kinderen. Hij zou voor altijd voor haar zorgen. Zij zou voor de kinderen zorgen. Pogingen om over haar carrière te beginnen werden vanaf dat moment vakkundig de kop in gedrukt. Zijn moeder had haar eigen carrière immers ook opgegeven.

“Zeg maar dat ze er mee moeten stoppen. Mama komt er zo aan.”

Bram dendert al schreeuwend de trap af. “Jongens, mama zegt dat jullie moeten stoppen met het doden van de chocolade mieren!”

Wanneer Bram beneden is begint Vera aan haar pendeldienst. Na vier keer de trap op- en af gelopen te hebben staan alle koffers eindelijk in de gang.

“Zijn jullie al bijna klaar? We gaan zo naar opa en oma.”

“Ja! Nee! Ja!”, klinkt het in koor.

"Bas, opschieten! Mama moet nog even iets doen maar ik wil dat je over vijf minuten klaar bent met eten.”

Vera haast zich naar de woonkamer. Op de salontafel ligt pen en papier. Vera zucht, gaat ze dit wel echt doen? Kan ze dit wel alleen? Wat als de kinderen hem enorm gaan missen, wat als zij hem gaat missen. Hij zal mij proberen in te pakken met mooie woorden en de kinderen een enorme hoeveelheid cadeaus laten uitpakken.

“Mam, waar kan ik mijn mond mee schoonmaken?”

Alle twijfel die ze in haar hoofd heeft verdwijnt bij het zien van haar zoon. Zijn mond zit onder de chocoladepasta. Vera’s gedachten gaan automatisch terug naar een aantal maanden geleden toen Bas geen chocolade maar rode lippenstift op zijn gezicht had gesmeerd. Gevonden in de jas van papa, had hij in al zijn onschuld geroepen. Het was de druppel die haar veel te grote emmer deed overlopen.

“Doe maar met de mouw van papa’s jas.”

Bas kijkt verbaasd maar besluit dat dit niet het moment is om tegen zijn moeder in te gaan. Hij draait zich om en doet wat hem is opgedragen. Voordat Vera begint met schrijven voelt ze voor de zekerheid of haar autosleutel wel in haar achterzak zit. Haar handen voelen enkel stof.

“Shit, waar kan dat ding nou zijn.”

Gestresst loopt ze naar het sleutelrekje, de bestekla in de keuken en de fruitschaal.

“Mam.”

“Nu even niet Bink, ik zoek de autosleutel.”

“De autosleutel? Die heb ik net nog in de wasbak op de wc zien liggen.”

De druk die ze op haar borst voelde verdwijnt. Haar ogen glimlachen en Bink lacht terug. Terwijl Vera naar de wc loopt kan ze een glimlach niet onderdrukken. Bink, het kind dat zij samen kregen in een poging om hun huwelijk te redden, heeft haar gered.

“Oke jongens, doe je jas aan. Het is tijd om te gaan.”

Terwijl Vera op de bank zit met de pen in haar hand kijkt ze nog een keer om zich heen, naar het huis waarin ze zoveel heeft meegemaakt. Van handgemeen met haar man tot handjeklap met haar drie jongens. Van avonden waarop ze met z’n vijven een film keken en warme melk dronken tot avonden waarop ze de hele nacht doodongerust op de bank zat omdat hij niet was thuisgekomen. Na een moment dat uren lijkt te duren zet Vera haar pen op het papier.

Ik heb getwijfeld, voor de kinderen.