Het bestaansrecht van een vrouwenvereniging anno 2018

Toespraak, uitgesproken door Carla Wijers, directeur landelijk bureau Vrouwen van Nu, op de Inspiratiedag van Vrouwen van Nu Drenthe en het Drentse stateninitiatief ‘Vrouwen kiezen’

Provinciehuis Assen, 19 april 2018

Als directeur van Vrouwen van Nu krijg ik nogal eens de vraag of het nog wel nodig is, zo’n vrouwenvereniging. Het feminisme is toch achterhaald, vrouwen en mannen hebben in de 21e eeuw toch gelijke rechten en dezelfde kansen.

Ik heb een dochter van 30 jaar met een drukke baan. In december heeft ze haar eerste kindje gekregen. Zij en haar man, mijn schoonzoon, spreken over hún bevalling die goed is verlopen. Een maand geleden is mijn dochter weer begonnen met werken. De vragen die ze sindsdien regelmatig krijgt, zijn: Hoe heb je het geregeld? Ga je minder werken? Vind je het niet vervelend dat  je het eerste jaar in de ontwikkeling van je kindje zo veel mist? Haar man krijgt die vragen niet. Dat waren in mijn tijd, 30 jaar geleden, precies hetzelfde vragen.

Dat vrouwen ambitie missen, is niet van toepassing op mijn dochter. Zij blijft 36 uur in de week werken. Een echte carrière-moeder, zo wordt naar haar gekeken. Haar man werkt ook 36 uur. Hij is een zorgende vader met een pappa-dag. Mijn dochter en mijn schoonzoon hebben samen een kind gekregen en werken allebei. Anno 2018 worden ze nog steeds anders benaderd en beoordeeld.

Tegelijkertijd is er ook veel positief nieuws. Er hebben in de afgelopen eeuw veel veranderingen plaatsgevonden die een gelijkwaardige positie van vrouwen en mannen in de samenleving dichterbij hebben gebracht. Om een paar highlights te noemen:

Sinds 1919 is er algemeen vrouwenkiesrecht.
Sinds 1955 worden vrouwen in overheidsdienst niet meer automatisch ontslagen als ze trouwen, dit dankzij de steun van alle vrouwelijke Kamerleden aan de motie Tendeloo.
Sinds 62 jaar zijn gehuwde vrouwen handelingsbekwaam. In 1956  werd de Wet tot opheffing van de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw aangenomen.
En het aantal vrouwelijke studenten is na de Tweede Wereldoorlog gegroeid tot meer dan 50% in de laatste jaren. Vrouwen zijn tegenwoordig zelfs hoger opgeleid dan mannen.

Dit zijn positieve ontwikkelingen. We hebben grote stappen gezet in de laatste eeuw. In de wet-  en regelgeving is op verschillende terreinen sekse-gelijkheid vastgelegd. En de meeste bedrijven en overheidsinstellingen omarmen diversiteit in hun organisatie. Er zijn veel bereidwillige mannelijke werkgevers en managers anno 2018.

Hoe komt het dan dat het nog steeds niet overal vanzelfsprekend is dat vrouwen hetzelfde loon ontvangen voor hetzelfde werk?
Hoe komt het dan dat in de 83 beursgenoteerde Nederlandse bedrijven 15 vrouwelijke bestuurders zitten naast 197 mannen?
Hoe komt het dan dat minder dan 20% van de hoogleraren in Nederland vrouw is?
Hoe komt het dan dat er nog steeds sprake is van een zware ondervertegenwoordiging van vrouwen in de Tweede Kamer en in de regering?

Mijn dochter leeft qua wet-  en regelgeving in een andere leefomgeving dan die van mij als jonge buitenshuis werkende moeder. De meeste formele barrières zijn er niet meer. Zoals een vriendelijke manager onlangs nog tegen me zei: “Vrouwen krijgen bij ons gelijke kansen als mannen. Het glazen plafond hebben wij niet meer. Maar we kiezen wel de beste.” Komt die opmerking u bekend voor?

En daar zit ‘m nou de kneep.

In de beoordeling van wie de beste is, spelen onbewuste aannames en stereotiepe beelden van vrouwen en mannen een grote rol. Die aannames en beelden worden gevormd door heersende ideeën, opvattingen, normen en waarden, verwachtingen uit de omgeving.

Dat geldt ook voor onbewuste aannames over mannen en vrouwen. Daardoor meten velen van ons met twee maten. Zoals de carrière moeder en de zorgende vader die beide even veel werken. Nog steeds is het zo dat mensen bij een krachtige leider eerder aan een man denken. Een vrouw die krachtig leiderschap vertoont, is al snel een bitch. En dat vinden mannen én veel vrouwen.

Als we nu zouden afspreken dat alle vrouwen bij de volgende verkiezingen op een vrouw stemmen, dan hebben we in de politiek de achterstand in één keer ingehaald. Waarom doen we dat dan niet?

Mindbugs in onze hersenen, noemt hoogleraar Mahzarin Banai (Harvard) dat. Achterhaalde, foute programmering in onze hersenen. We hebben ze allemaal, mannen én vrouwen. Iedereen heeft bepaalde onbewuste vooroordelen en overtuigingen over mannen en vrouwen. Dat zit ingebakken in onze cultuur, is te veranderen maar kost meer tijd dan het schrijven van een nieuwe wet. En het zijn die vaak onbewuste vooroordelen die leiden naar veel beslissingen, terwijl we denken objectieve besluiten te nemen.

Daar zit het bestaansrecht van Vrouwen van Nu als vrouwenorganisatie in deze tijd. Het is nog steeds nodig om gezamenlijk als vrouwen een krachtig stemgeluid te laten horen in de samenleving. Om onbewuste vooroordelen en stereotiepe beelden van vrouwen zichtbaar en bespreekbaar te maken. En om onszelf en elkaar scherp houden op onze eigen mindbugs, zodat we elkaar kunnen stimuleren in plaats van klein houden.

Een vrouwenvereniging is van deze tijd!