De kleine blonde ondeugd

Eén van de favoriete verhalen van de internationale schrijfcampagne #supervrouwen.

De kleine blonde ondeugd
Eric van Berkel
 

Magda tilt voorzichtig een wijnrank op en weegt het gewicht van de druiven in haar hand.

‘Een flinke oogst,’ zegt ze terwijl ze de rank loslaat en haar ogen over de met druiven bezaaide heuvel laat glijden. Ze draait zich om en loopt met grote passen terug naar het openstaande hek. 
‘Het is inderdaad een goed jaar’ antwoordt Maurice.

Hij leunt op zijn wandelstok en buigt zich moeizaam. Een kreun ontsnapt zijn droge lippen.

  ‘Hier zit ik graag’ hijgt hij. ‘Hier onder deze boom, naast het hek.’

  ‘Een mooi plekje.’

Magda schuift haar zonnebril omhoog en plaatst hem bovenop op haar hoofd. Haar lange blonde haren strijkt ze naar achteren in een paardenstaart. Ze trekt het hek dicht en knielt soepeltjes om naast Maurice in de schaduw van de grote kastanjeboom te ploffen.

Maurice zet zijn hoed op zijn knie en veegt met zijn mouw langs zijn voorhoofd. Het zweet loopt in straaltjes uit zijn plukjes witte haren langs zijn rug naar beneden.

  ‘Je kunt nog zo lang in Frankrijk wonen,’ zegt hij, ‘maar echt wennen aan de hitte doe je nooit.’

  ‘Hoelang woon je al hier?’

  ‘Oh, twintig jaar.’

  ‘Je vrouw ook?’

  ‘Ja, wij zijn twintig jaar geleden uit Nederland vertrokken. Kinderen hadden we niet.’ Maurice trekt zijn schouders op.

  ‘’T was zo gepiept.’

  ‘Waarom wilde je weg uit Nederland?’

Magda trekt een hand gras uit de grond en begint de grassprietjes doormidden te scheuren.

  ‘Oh gewoon.’

Maurice haalt een pakje sigaretten en een aansteker uit zijn broekzak tevoorschijn.

  ‘Van iemand met geheimen koop ik geen wijn. Die vertrouw ik niet.’

Maurice zet een sigaret aan zijn lippen, steekt ‘m aan en inhaleert diep. Net als een draak blaast hij de rook door zijn neusgaten naar buiten. Hij houdt Magda het pakje voor.

  ‘Nee dank je, ik rook niet.’

  ‘Kijk,’ zegt hij terwijl hij nog een trekje neemt. ‘En ik vertrouw mensen niet die een peukje weigeren.’

Een glimlach trekt over zijn gezicht van oor tot oor en onthult een rij geelzwarte tanden.

  ‘Waarom niet?’

De nieuwsgierigheid prikt door het oppervlak van Magda’s intonatie.

  ‘Te gespannen.’

  ‘Oh?’

  ‘Gespannen mensen verbergen wat. Wat verberg jij, Magda?’

  ‘Ik? Iets verbergen?’

Magda onderdrukt een lachje en zet grote, onschuldige ogen op waarmee ze Maurice strak aankijkt.

  ‘Ik kom er wel achter.’

  ‘Is dat zo?’

  ‘Geen een knappe vrouw heeft ooit iets voor me verborgen gehouden.’

Magda verbreekt het oogcontact en begint opnieuw stukjes gras uit de grond te trekken.

  ‘Was jij zo goed met de vrouwen, Maurice?’ Vraagt ze quasinonchalant.

  ‘Ben je helemaal hier naar toe gekomen gekomen om dat aan een oude man te vragen?’

  ‘Nee, om wijn in te kopen.’

Maurice neemt nog een paar trekjes, blaast de rook uit en hij drukt de sigaret tegen een boomwortel. 

  ‘Ik moest ze vroeger van me af slaan. Net als strontvliegen.’

Opnieuw verschijnen de geelzwarte tanden.

Magda snuift en gooit een hand met stukjes gras weg.

  ‘Is er iets?’ vraagt hij. ‘Weet je zeker dat je niet wil roken?’

  ‘Nee.’

Maurice trekt zijn schouders en wenkbrauwen op en tuit zijn lippen in een poging Magda na te doen.

  ‘Te gespannen. Die mensen van nu zijn te gespannen.’

Hij schudt zijn hoofd. Magda zucht en wrijft haar handen langs haar broek.

  ‘Hoe ben je mijn wijnen eigenlijk op het spoor gekomen?’ vraagt Maurice. De trots in zijn stem die voortkwam uit vergane veroveringen maakt plaats voor achterdocht.

  ‘Ik lever alleen aan Jean en die verkoopt niet aan Nederlandse importeurs.’

Magda houdt haar ogen op de grond gericht en wringt haar handen onder haar benen in een poging ze te beletten nog meer gras uit de grond te trekken.

  ‘Vorig jaar zomer was een vriendin van me met haar vriend hier in de buurt op vakantie. Ze weten dat ik voor een importeur werk, dus namen ze een doosje voor me mee.’

  ‘De 2015?’

  ‘De 2013.’

Maurice trekt een vies gezicht.

  ‘Och meid, dat was een totale ramp.’

Dan verandert op zijn gezicht afschuw in triomfantelijkheid.

  ‘Zie je wel, ik wist het!’ roept hij uit. Een lange rochelhoest, afgewisseld met een hijgerig ‘zie je wel’, echoot door de heuvels. Wanneer hij wat bedaart is zakt hij terug tegen de kastanjeboom.

  ‘Je verbergt wat’ fluistert hij. ‘De 2013 was zo slecht, iemand met verstand van wijn zou niet naar dit gat zijn gekomen om méér wijn te halen.’

  ‘Klopt’ zegt Magda nuchter. ‘Maar het was niet de 2013 die mij hier naartoe heeft gebracht.’

  ‘Wat dan?’ Maurice z’n nieuwsgierigheid is nu ontvlamd.

  ‘Toen ik die doos kreeg was het etiket hetgeen dat mij meteen opviel.’

Maurice duikt uit zijn broekzak opnieuw het pakje sigaretten en zijn aansteker op. Zijn ogen vernauwen zich tot spleetjes.

  ‘Het etiket? Wat is daarmee?’

  ‘Een plaatje van een jong meisje tegen een zwarte achtergrond met daaronder de tekst: Le petit vice.’

Maurice strijkt met zijn duim langs het wieltje van de aansteker en het zachte ruisen van de vlam zuigt even alle andere geluiden op.

  ‘Nou, en wat dan nog?’

Magda zucht en kijkt opzij naar het vlammetje.

  ‘Ruim twintig jaar geleden zat ik op gymnastiek les’ zegt ze en sluit haar ogen. ‘Toen ik een aantal maanden gymde, vroeg de leraar of ik hem wilde helpen met opruimen. Vanaf dat moment moest ik na afloop van iedere les achterblijven, terwijl de rest naar de kleedkamer ging. Twee keer in de week moest ik hem helpen het materiaal op te ruimen en was ik zijn petit vice, zijn kleine ondeugd.’

Magda opent haar ogen en kijkt Maurice aan. Hij staart voor zich uit en neemt een trekje van zijn sigaret. Wanneer de rook vervlogen is trekt hij een pijnlijke grimas.

  ‘Toen je het erf opliep wist ik dat ik je ergens van kende. Tijdens de inspectie van de druiven heb ik diep in m’n herinneringen gezocht, maar ik kon je daar niet vinden.’

Maurice wrijft met zijn linkerhand over zijn voorhoofd.

Magda begint te snikken en de tranen lopen langs haar wangen.

  ‘Waarom die hele show Magda? Dat gelul over mijn wijn willen kopen?’

  ‘Je herkende me niet eens,’ brengt Magda met horten en stoten uit.

  ‘Wat?’

Magda verbergt haar gezicht in haar handen en huivert. Hij herkende mij niet eens.

  ‘Was ik zo onbelangrijk voor je? Waren de andere meisjes ook je kleine ondeugden?’

  ‘Nee’ zegt Maurice resoluut. ‘Jij kostte me m’n carrière. Dat was al genoeg schade.’

  ‘En terecht smeerpijp!’ bijt Magda hem toe. ‘Vuile egoïst. En ik dan hé? Jij rende weg naar dit paradijsje, maar ik kreeg twintig jaar.’

  ‘Wat bedoel je?’

  ‘Wat ik bedoel, seniele zak, is dat ik al twintig geen enkele man kan vertrouwen. Laat staan een relatie beginnen. Altijd was ik op m’n hoede, altijd was ik jouw ondeugd!’

  ‘En dat is mijn schuld?’

  ‘Ja.’

Maurice neemt een paar vluchtige trekjes van zijn sigaret en drukt hem uit tegen de boomwortel.

  ‘Luister Magda, ik noemde alle meisje die ik trainde mijn kleine ondeugd. Allemaal, stuk voor stuk. Dat zei ik twintig jaar geleden al tegen jouw ouders en ook tegen alle andere ouders.’ Maurice steekt waarschuwend zijn wijsvinger op.

  ‘Mijn grootste fout was dat ik jou na iedere training toestond te helpen met opruimen. Daardoor ontstond er een patroon en dat vonden de ouders erg verdacht.’

  ‘Spaar me je zelfmedelijden en gelul. Je zat met je poten aan me en daardoor loop ik al twintig jaar bij de psycholoog.’

Magda kokhalst een beetje.

Maurice pakt z’n wandelstok beet en begint ermee woest naar Magda uit te halen. Lenig veert ze op en stapt buiten het bereik van de oude man.

  ‘Wie van ons twee is nu hulpeloos?’

Een blik vol van leedvermaak en minachting druipt van haar gezicht.

  ‘Wat was het dat je net zei?’ Hijgt Maurice.

  ‘Wat?’

  ‘Je zei net nog dat ik je niet herkend had.’

  ‘Wat bedoel je?’

  ‘Daar gaat dit allemaal om!’ Brult Maurice. ‘Jij was als kind hartstikke verliefd op mij!

  ‘Onzin.’

  ‘Jawel. Twintig jaar geleden zag ik je niet staan en nu weer niet!’

Maurice braakt de woorden als een kolkende zee over Magda heen en hij begint vervolgens hard te lachen. Hij slaat met zijn stok op de grond en hapt naar adem.

Magda trekt een vies gezicht en kijkt naar het hoopje oude man.

  ‘Geloof wat je wilt, Maurice.’

Wanneer Maurice een beetje is bijgekomen gaat hij weer rechtop tegen de boom zitten.

  ‘En,’ fluistert hij. ‘Wat nu? Ga je wraak nemen? Een oude man van het Franse naar het eeuwige paradijs sturen?’

Magda neemt een paar passen naar voren en hurkt naast Maurice.

  ‘Nee.’

Maurice knippert verbaast met zijn ogen.

  ‘Wat dan?’

  ‘Ik vergeef je.’

Resoluut strekt ze de knieën en ze loopt met grote passen terug naar de boerderij. Ze voelt zich zo licht als een veertje dat op een zuchtje wind wordt voort geblazen. Op het erf trekt ze het portier van haar auto open, maakt contact en racet de horizon tegemoet.

Onder de boom zit Maurice naar zijn heuvel vol met druiven te kijken.

  ‘Zie je wel’ mompelt hij. ‘Had ik toch gelijk. Ze had wat te verbergen.’