Claartje (60): ''het rijke gevoel dat we ons kleinkind één dag dicht bij ons hebben''

Sinds een klein half jaar ben ik oma. En ja, ook oppas-oma. Het is nog niet zo lang geleden dat ik mijn beste vriendin, die al langer oma van drie kleinkinderen is, complimenteerde met haar lef om ‘nee’ te zeggen tegen haar schoondochters. “Ik ben niet een dag minder gaan werken om die vrije tijd te stoppen in het opvangen van mijn kleinkinderen. Nu zijn het er drie, maar daar blijft het waarschijnlijk niet bij. In noodgevallen kunnen ze me natuurlijk bellen en een weekendje logeren is prima. Maar oppas-oma, nee.”

Ik was het met haar eens. Na de zorg voor mijn eigen kinderen en zeven jaar mantelzorg voor mijn moeder ben ik wel een beetje zorgmoe en geniet ik van de tijd voor mezelf naast een drukke baan.

En toen kondigde mijn dochter aan dat ze zwanger was. Het kindje zou twee of drie dagen naar het kinderdagverblijf gaan, afhankelijk van de rol die mijn man en ik in de opvang wilden spelen. Het was een open vraag waar we goed over hebben nagedacht. De uitkomst van alle plussen en minnen die we met elkaar bespraken, was geen ‘nee’ maar een volmondig ‘ja’. Wat voor mij de doorslag gaf, was de rust die ik mijn dochter in ieder geval één dag in de week wilde bieden. Eén dag niet afhankelijk zijn van de breng-  en ophaaltijden van het kinderdagverblijf, ook als ons kleinkind ziek is kan ze naar opa en oma komen en als mijn dochter na een lange werkdag wil blijven eten dan kan dat. En wat ook meespeelde was het rijke gevoel dat we ons kleinkind één dag dicht bij ons hebben.

Ik weet niet hoe het over tien jaar zal zijn als het aantal kleinkinderen groter is en ik tien jaar ouder ben, maar op dit moment geniet ik van mijn kleindochter, van het van dichtbij meemaken van haar ontdekking van steeds nieuwe stukjes wereld. Herinneringen aan hoe ik als moeder van haar moeder dingen deed, komen naar boven. De regels van nu zijn anders dan die van toen. En het zijn er veel meer, zo lijkt het. Wat mag en wat moet? Wel of niet iedere dag in bad? De fopspeen aanbieden of lekker duimen? In slaap laten huilen of niet? De regelmaat van voedingen aanhouden of het kindje volgen in haar behoeften? Ik heb me heilig voorgenomen om de opvoedingsrichtlijnen van mijn dochter en schoonzoon te volgen, om geen oma te zijn die betweterig opmerkt: “Dat deed ik vroeger anders en kijk eens hoe goed jij daarmee groot bent geworden.” De toekomst zal uitwijzen of me dat gaat lukken. En of mijn dochter mij de ruimte kan geven om het als oma soms net even anders te doen. Misschien is dat wel het meest spannende, de veranderende relatie tussen mij en mijn dochter die nu zelf moeder is.

Claartje

(de naam van de blogger is vanwege privacy redenen gefingeerd)