Landloperskoor Veenhuizen

Op 11 april sloten de Vr. van Nu het seizoen af met het Landloperskoor uit Veenhuizen. Maar eerst opende de voorzitter de vergadering en heette iedereen welkom en in het bijzonder het grote koor. Maar Janny Douwes werd eerst nog gefeliciteerd met haar benoeming tot lid van Orde van Oranje Nassau voor haar jarenlange vrijwilligers werk voor talloze verenigingen.
Na het tweede kopje koffie begon het koor aan haar optreden. Het eerste lied wat ze zongen was “Ego sum Pauper” Tussen de liedjes vertelde Tom Lauman over het ontstaan van  Veenhuizen. Het koor werd begeleid door twee accordeonisten en dwarsfluit. De dirigent leidde het koor. Op initiatief van Generaal Van den Bosch wordt in 1818 de Maatschappij van Weldadigheid opgericht. Doelstelling is werkwillige arme stedelingen een middel van bestaan te bieden. In Drenthe koopt de generaal voor weinig geld 3000 ha. woeste gronden aan.  . De gebouwen, waarvan alleen nog het Tweede Gesticht resteert, verkregen een markante carrévorm met lange zijden (ca. 125 m). Rondom het gesticht was een gracht gegraven. De bewoners moesten het land ontginnen en bewerken. Veenhuizen verkreeg een streng geometrische structuur De meer betekenisvolle gebouwen kregen een rijkere detaillering dan de eenvoudiger functies. Een ander bijzonder fenomeen voor Veenhuizen is de naamvoering van de vele dienstwoningen. Deze werden getooid met moraliserende teksten als 'Leering door voorbeeld', 'Bid en werk', 'Maallust', 'Humaniteit' e.d.  .Voor zowel de rooms-katholieken als de protestanten wordt een kerk gebouwd, voor de joden een synagoge. De Rooms Katholieken hadden echter meer vrije dagen en dus was er een groeiend aantal Katholieken. De drank was verboden maar na de vele veen en binnenbrandjes kregen de blussers een borrel. Helaas schafte de volgende directeur deze geste af, met gevolg dat er beduidend minder te blussen viel. De zogenaamde ‘verpleegden’ worden per trein  naar Assen vervoerd en vandaar per trekschuit via de Kolonievaart naar Veenhuizen. Rond de gestichten ontstaat een uitgebreid fabriekscomplex, bedoeld voor verpleegden die te zwak zijn voor de landarbeid. Ze oefenen een veelheid aan ambachten uit: van smidswerk tot katoen spinnen. Alle kinderen gaan verplicht naar school.
In 1859 wordt Veenhuizen overgenomen door het ministerie van Binnenlandse Zaken, zestien jaar later komt het gevangenisdorp in handen van het ministerie van Justitie.
Vanaf 1886 heten de drie gestichten Rijkswerkinrichtingen.
Ze zijn bestemd voor strafrechtelijk veroordeelde landlopers en dronkaards. Later komen ook lichte criminelen en dienstweigeraars naar Veenhuizen. In 1894 krijgt het Drentse dorp een eigen ziekenhuis: ‘Vertrouw op God’. Vanwege de hoge sterfte onder de patiënten spreken zowel verpleegden als ambtenaren over ‘Gauw naar God’. Overleden verpleegden maken op een handkar de reis naar de begraafplaats: in de Veenhuizer volksmond ‘het Vierde Gesticht’.
Op bekende melodieën zijn de teksten gemaakt die betrekking hebben op de gebeurtenissen in Veenhuizen zoals Trekschuit van Tobi, daar in het grote gesticht en Que serà serà.. Jans Harm las het gedicht “de gevangenis klant “.  En tot slot werd met elkaar het Drentse Volkslied te gehore gebracht. Het koor werd beloond met veel applaus en de voorzitter wenste allen een wel thuis en een goede zomer. klik voor foto's>>>

https://photos.app.goo.gl/mo5PhZbVreADZU377