Mama Lambert: Hoe één persoon een wereld van verschil kan maken voor vele anderen

Haar naam is Mama Lambert, een Rwandese vrouw, nu 61 jaar oud. Maar haar naam was niet altijd Mama Lambert. Voor de genocide van 1994 in Rwanda heette zij Beata Mukarubuga. Beata – ‘de gezegende’ – was gelukkig getrouwd, had acht prachtige jonge kinderen en een goede baan als onderwijzeres op een basisschool. Dan breekt in april 1994 de genocide in Rwanda uit. In 100 dagen tijd werden zo’n 1 miljoen mensen vermoord en 250.000 - 500.000 meisjes en vrouwen verkracht. In deze periode verloor Beata haar man, vijf van haar acht kinderen, ouders, broer, zus en talloze andere familieleden. Allen gedood door de Hutu-extremisten die het hadden voorzien op de uitroeïng van de Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Beata overleefde de volkerenmoord, maar was niet meer dezelfde vrouw van voor de genocide; een vrouw met liefhebbende gezins- en familieleden, bezittingen en dromen. Beata was niet meer. Sindsdien gaat zij door het leven als Mama Lambert, de moeder van Lambert. Met de 1-jarige Lambert op haar rug overleefde ze namelijk de genocide.

Mama Lambert is een ongelooflijk sterke, inspirerende, energieke en veerkrachtige vrouw. Ondanks alles wat zij heeft meegemaakt, koos zij er voor om haar leven in dienst te stellen van anderen, mensen die net als zij de genocide overleefd hadden. Weduwen, wezen, vrouwen met Hiv/Aids. Als trauma-therapeut bij Solace Ministries, een organisatie voor genocide-overlevenden, geeft zij dag in dag uit therapie aan tientallen tot honderden vrouwen, zowel individueel als in groepssessies. Velen van hen zijn vrouwen, maar een aantal van hen zijn mannen, die seksueel geweld tijdens de genocide hebben meegemaakt. De vrouwen zijn vaak vele malen verkracht, vaak door meerdere daders en op de meest brute manieren. Velen van hen zijn nu HIV-positief en een groot aantal kreeg kinderen van de verkrachters. Mama Lambert staat deze vrouwen en mannen met raad en daad bij. Zij inspireert hen allemaal om niet op te geven, maar door te gaan met hun leven en weer een doel te vinden.

Mama Lambert zelf is in staat gebleken om de moordenaars van haar kinderen te vergeven. Mensen vergeven die alles hebben afgepakt wat jou lief is. Is dat mogelijk? Waarom zou je hen vergeven en hoe doe je dat dan? Zelfs in het geval van de meest verschrikkelijke misdaden, laat Mama Lambert zien dat vergeving mogelijk is, en zelfs helend kan werken.

 Mama Lambert’s levensverhaal staat in haar boek ‘Voor wie niet in wonderen gelooft’. Wonderen die het mogelijk maakten dat Mama Lambert de genocide overleefde en wonderen die er voor zorgden dat ze ook na de genocide een weg vond om door te gaan met leven. ‘Voor wie niet in wonderen gelooft’ wil met de lezer delen dat er in het leven dingen gebeuren die het menselijk bevattingsvermogen te boven gaan. Het boek toont de wonderlijke kracht van een mens om, neergeslagen door de gruwelijkste ellende, de veerkracht te vinden weer op te staan en opnieuw aan het leven deel te nemen, in hoop en vertrouwen, om zich weer een toekomst te schenken. Mama Lambert is een inspiratie voor ons allemaal; zij zet zich eindeloos in voor de medemens en de impact daarvan op hun leven is immens en van levensgroot belang.

Hier volgt een kort stukje uit haar boek over waarom en hoe deze dappere vrouw in staat bleek een van de moordenaars van haar kinderen, Manasse, te vergeven. Voor de tweede keer – eerst in 1998, nu in 2000 – stuurt hij haar een brief om wederom vergeving aan haar te vragen:

“[…]
Nogmaals betuigde Manasse spijt en vroeg weer vergiffenis. Ik ben die brief heel bewust voor mezelf gaan lezen en herlezen. Woord voor woord, regel voor regel heel bedachtzaam bij me binnen laten komen en laten bezinken. Naast de diepzwarte gevoelens van weerzin die ook deze brief weer bij me opwekte, rees echter ook een straaltje realiteit op in mijn hart, een eerste besef van dat ik mijn leven niet op deze manier kon voortzetten. Steeds duidelijker zag ik in, dat ik wis en waarachtig een einde moest maken aan het toelaten van negatieve gedachten, veroorzaakt door Manasse en zijn misdaden. Een halt toeroepen aan het mezelf kwellen, door altijd met hem bezig te zijn. Door hem in mijn hoofd te veroordelen, te wreken, mezelf telkens als slachtoffer van zijn misdadig gedrag te beklagen. De hele dag door, waar ik me bevond, waar ik ook mee aan het werk was, alsmaar borrelden weer die droevige, pijnlijke herinneringen naar boven en liep mijn hoofd vol met wat hij me had aangedaan. Dan steeg opnieuw hevige woede naar boven en voelde ik verdriet dat me overweldigde. Weer voelde ik wraakgevoelens ten opzichte van hem, medelijden met mezelf en de onrechtvaardigheid over alles wat me zes jaar geleden overkomen was.
Toch realiseerde ik me nu steeds meer, dat er maar één manier bestond om Manasse uit mijn hoofd te verdrijven en mijn beschadigd bestaan zin te geven en leefbaar te maken.
Om mijn leven te herstellen en niet te blijven omzien in pijn en wrok, moest ik de moeilijkste weg kiezen. Ook realiseerde ik me heel goed dat door mijn keuze niet enkel de moeilijkste, maar ook nog eens de langste weg voor me zou liggen. Een loodzware opgave wachtte me.
Die opdracht luidde: Hem vergeven. Ik moest Manasse vergeven! Hem genade schenken voor alles wat hij mij en mijn familie had misdaan.
Ja werkelijk, ik heb mezelf bewust voorgenomen om me op een andere manier tegenover Manasse en zijn verschrikkelijke daden op te stellen. Ik moest leren hem los laten en mezelf de kans te geven te bouwen aan een hoopvol bestaan met vernieuwde en sterkere levenskracht.
Die gedachte lijkt zo simpel, maar de realiteit gaat daar niet zo makkelijk in mee. Vergeven kent emotie. Emotie die gestalte kreeg in al die smartelijke herinneringen en pijnlijke gevoelens die verankerd lagen in mijn hart en mijn lichaam en die mij ook fysiek lijden bezorgden.
Vergeven betekent namelijk niet: vergeten. Het vergeten van de afschuwelijke gebeurtenissen. Nooit of te nimmer kan en zal ik de moorden, begaan op mijn gezin en familie, op ons Tutsi’s, vergeten. Altijd zal ik mijn verloren dierbaren in mijn herinnering koesteren. Vergeving wist de misdaad niet uit, heft de rechtspraak niet op en herroept niet de vonnissen, uitgesproken door rechtbank of gacaca [volkstribunaal].
Voor mij persoonlijk betekent vergeven: het verleden in mij levend houden door het te blijven gedenken. Dit houdt tevens in het erkennen van het kwaad dat onze buren ons hebben aangedaan, door hun gruwelijkheden en hun moorden. Ondanks alle verschrikkingen die me zijn overkomen, snapte ik wel dat het me vastklampen aan het verleden of trauma geen perspectief biedt. Tegen alle opstandige gevoelens in, zal ik moeten aanvaarden wat ten ene male gebeurd en nooit meer terug te draaien is. Dat vereist ook een visie van vooruitzien naar morgen en bouwen aan een hoopvol en positief perspectief. Vergeven vergt ook moed. Durven ingaan tegen de opstandige vlagen van verdriet en woede door je telkens bewust voor te spiegelen dat je bereid bent om te veranderen.
Ik ken genoeg vrouwen die niet begrijpen hoe ik over vergeven denk en praat. “Hoe kun je zo’n schoft vergeven? Wat heeft hij jou en mij niet aangedaan! Je hebt het recht niet om met mij over vergeving te praten, laat staan het mij op te dringen!”
[…]  
Ik heb ervaren dat vergeven helend en weldadig werkt en me persoonlijk heeft genezen. Vergeven hielp mij de onrust in mijn binnenste te temperen; het reinigt en stelde me in staat me op morgen te richten.
Ik concentreer me nu minder op het verleden, dat voorheen mijn leven, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, beheerste. Ik denk niet meer aan revanche, aan wraak, maar aan het terugdringen, het overwinnen van kwade gedachten door me te laten leiden door het positieve.
Vergeven is een mysterieuze kracht, die zich moeilijk laat beschrijven. Mij bevrijdde ze in ieder geval van een zware last door me niet meer krampachtig bezig te houden met alle wandaden van Manasse, maar er afstand van te nemen. Natuurlijk besef ik daarbij heel goed dat hij de mijnen en ook mijn dierbare vrienden gedood heeft. Maar niettemin vond ik de heilzame weg terug die naar een bewustere toekomst leidde.
Uit al die overwegingen, uit al die discussies groeide in mij de behoefte om anderen te helpen, me dienstbaar op te stellen tegenover mensen die hulp nodig hebben.
Dat begon al bij de opvoeding van mijn drie kinderen en ook vier wezen die vanaf het einde van genocide bij mij woonden. Ik moest hen een goede en hoopvolle toekomst voor ogen houden, door hen te stimuleren hun best te doen voor zichzelf, voor ons land Rwanda en indien mogelijk voor de hele wereld.
De brieven van Manasse zorgde ook voor een kleine positieve bijkomstigheid, namelijk dat we achter de namen kwamen van de andere genocidaires die met Manasse zoveel moorden gepleegd hadden. Zij gaven aanwijzingen en stelden ons zo in staat de plek te lokaliseren waar onze geliefde familieleden werden vermoord. Hun lichamen die nog altijd verborgen lagen in de kuil of in de bosjes, hebben we kunnen opgraven en opnieuw met alle passend eerbetoon die hem of haar toekwam, ter aarde besteld.
De brieven bewezen ook hun nut bij de gacaca’s van 2006, 2007 en 2008, speciaal bij die aanklachten waar enkele genocidaires hun daden ontkenden.
[…]
Om het hoofdstuk af te sluiten durf ik hier en nu open en eerlijk te zeggen: vergeven is een persoonlijk proces dat van binnenuit groeit. Het ontwikkelt zich vanuit je hart, niemand kan dit aan je opdringen of van buitenaf opleggen. Vergeven geneest de mens, heb ik ervaren.
Vergeven verdrijft de angst, vergeven verlicht het geheugen en het denken. Vergeven schenkt jou de moed om aan morgen te denken en niet alleen aan het verleden en de daders.
Maar bovenal schept vergeven hoop in het leven.”

Anne-Marie de Brouwer
Voorzitter Stichting Mukomeze en universitair hoofddocent internationaal strafrecht Tilburg University.

Stichting Mukomeze werkt samen met Solace Ministries in Rwanda, de organisatie waarvoor Mama Lambert werkt. Stichting Mukomeze (‘Sterk haar’) verbetert de levensomstandigheden van vrouwen die seksueel geweld tijdens de genocide in Rwanda hebben overleefd (www.mukomeze.nl).

Tekst voor bij foto 1: In 2013 kwam Mama Lambert naar Nederland om haar levensverhaal op te laten tekenen in samenwerking met Birgit Marres (vertaler/tolk) en Hans Dekkers (schrijver). Samen met Hans Dekkers schreef ze vervolgens het boek ‘Voor wie niet in wonderen gelooft’ (voorlopige titel). Het boek zal in 2015 worden gepubliceerd.

Tekst voor bij Foto 2: Anne-Marie de Brouwer (midden) samen met de vrouwen en man uit het boek ‘De mannen die mij hebben vermoord’; een boek geredigeerd door Anne-Marie met 17 getuigenissen (en bijbehorende foto’s) van Rwandese genocide-overlevenden van seksueel geweld.